Bedrijven Comités Jongeren Kids Partners Vermogensfondsen
 
 

5 dagen na cycloon Sidr - voedselhulp van start

Luuk van Schothorst, projectmedewerker Basisvoorziening van Woord en Daad, is momenteel in Dhaka, Bangladesh. Donderdag 15/11 raasde de orkaan Sidr over Bangladesh en eiste duizenden mensenlevens en verwoestte grote delen van het land.

"Het lijkt allemaal zo bedrieglijk mooi hier in dit land. Ik bedoel, de zon schijnt, het hele land is knalgroen, de electriciteit doet het weer, overal wordt druk gebeld. Riksja’s rijden af en aan. Heeft hier echt een mega-orkaan gewoed een paar dagen geleden?

Als we op weg gaan, wordt al gauw duidelijk dat het menens is hier. Ontelbare hectares rijst liggen platgewaaid weg te rotten. Sommige velden waren al helemaal rijp om te oogsten. Nog een paar dagen, en dan… Niemand rekende op zo’n orkaan. Nu kan het niet meer gegeten worden. Een boer is het stinkende stro aan het drogen. “For cow,” grijnst hij zuur, en met zijn vingers imiteert hij koeienhoorns op zijn hoofd. Hij had zich de oogsttijd waarschijnlijk heel anders voorgesteld. En wat te denken van alle aan flarden gewaaide bananenbomen. Ook weer zo’n financieel extraatje voor de mensen dat ze moeten missen, terwijl ze toch vaak al op het randje leven.

Naast de weg staat een groot reclamebord, helemaal scheefgewaaid. Niemand let er meer op. De mensen zijn zo aan wisselende omstandigheden en instabiliteit gewend. Wat een geweldige organisatie moet het zijn geweest om alle omgevallen bomen op te ruimen. We komen er honderden tegen langs de provinciale weg. Tientallen enorme bomen zijn over de weg gewaaid, maar alles is keurig weggezaagd. En dat twee dagen na dato.

De chauffeur scheurt er met een vaart langs, bijna onafgebroken op de claxon meppend om alle voetgangers, riksja’s, bussen, kortom iedereen, ruim baan te laten maken. Helaas gebruikt iedereen dezelfde strategie, en het maakt dus geen enkele indruk op de medeweggebruikers.

Met een vracht hulpgoederen in het ruim tuffen we naar een dorp toe. De bewoners zijn erg arm, getuige het hoge percentage grasdaken. In veel van de huizen wonen prostituees met hun kinderen. Van de 200 huizen hebbene r zeker 160 schade opgelopen, varierend van een kapot dak of een omgevallen muur tot helemaal ingestort.

Runo vertelt naast haar ingestorte huis: "ik woonde hier met mijn vijf kinderen en nog vijf anderen. Vrijdagmiddag om een uur of vijf kwam een omroeper langs. Hij deelde mee dat er een zware cycloon aankwam. Mijn vier kinderen heb ik naar de cyclone shelter (schuilplaats tegen extreme stormen). We hebben gewacht tot het zo ver was. De lucht werd pikzwart, en het begon me daar te waaien! Na een paar windstoten begonnen de muren het al te begeven. Ik ben snel naar het huis van de buren gegaan. Mannen hebben nog geprobeerd om het huis te stutten en vast te houden, maar het mocht niet baten. Het is helemaal ingestort, en mijn twee geiten zijn nu dood. Alles wat ik had is natgeregend. De matrassen zijn niet meer te redden: die zijn zo lang nat geweest dat het vulsel is bedorven. We slapen nu maar bij de buren."

Ook Shafia’s huis is helemaal ingestort. Zij wilde ook in de cyclone shelter blijven, ongeveer een kilometer verder. Maar er het zat er mudvol. Toen is ze maar naar een ander huis gegaan. Toen ze terugkwam met haar dochter, bleek haar huis ingestort te zijn.

Wat nu? Ze zegt: “Ik moet een paar mannen inhuren die mijn huis weer opbouwen.Ik heb zelf geen man. Eigenlijk kan ik het niet betalen. Nu moet ik maar geld lenen. Het is wel duur: 20% rente per maand. Want iedereen wil nu geld lenen. Het gaat me ongeveer 10.000 Taka kosten (omgerekend ongeveer € 100). Met rente erbij betekent dat een inkomen van bijna een half jaar.” De staf van CSS (partnerorganisatie van Woord en Daad) schrikt als ze haar maandinkomsten vertelt. “Dat is niet genoeg om van te leven, echt een hongerloon,” is hun commentaar.

We delen de voedselhulp uit, meest aan vrouwen als Shafia en Runo. Netjes staan de mensen in de rij, terwijl een paar politiemannen op de achtergrond de toestand in de gaten houden. Als de rij vrouwen ook maar iets uit het gelid gaat, lopen ze er even langs.

En dan zijn we weer weg. Wat een ellende, wat een contrast tussen hen en ons. Er zijn van die momenten, dat het even weer helemaal duidelijk wordt waarvoor je dit werk doet. Maar ook dat je beseft hoe klein je bent, en hoe afhankelijk van hulp van Boven."

Lees ook zijn column over 'Stilte na de storm'

> klik hier om terug te gaan naar het nieuwsbericht 

English